de Tweede prijs – prijs van de Stad Ieper 2026
van Brad Pitt
pseudoniem voor Toon Vermeiren uit Antwerpen
In het vijfde middelbaar kreeg ik godsdienstles van Meneer Kindt, een vijftiger met een kort, grijs sikje en grote, vragende ogen. Elke donderdagnamiddag ijsbeerde hij door het Damiaangebouw en stak hij monologen af alsof hij de bisschop was van zijn eigen kathedraal. Zo herinner ik mij nog dat hij sprak over het “ietsisme”, het fenomeen waarbij mensen niet in God geloven maar wel in “iets”. Hij vond het een te comfortabele, niets-zeggende tussenoplossing waarachter mensen zich verstoppen om toch maar voor de kerk te kunnen trouwen. Hij haatte het met een passie en als er iemand tegen zijn allesomvattende mening inging met bijvoorbeeld: “Wat maakt het nu uit of je in God of in Iets gelooft?”, ratelde hij door: “Wat is dat dan? Iets? Leg mij dan uit wat ‘IETS’ wil zeggen?!” De klas was dan vaak muisstil tot de Kempense Napoleon naar de volgende dia ging.
Mede door hem koos ik resoluut voor het atheïsme, met de overtuiging van een pas bekeerde padelspeler. Ik, de ingenieur met de feiten op een rijtje, loodste elk verjaardagsfeestje naar de niet-existentie van God en hemelde mezelf boven de fantasierijke gelovigen. Meneer Kindt had me een wapen gegeven en ik draaide het met weinig subtiliteit om. Een tijdlang werkte dat prima: het universum was een gelukkig toeval, ik was sterrenstof met een LinkedIn-profiel, en de dood gewoon een batterij die leegloopt. Efficiënt. Onsentimenteel. Simpel.
Tot het leven donker werd. Alcohol nam me bij mijn nekvel als een gratis proefperiode die je vergeet op te zeggen: je denkt dat je het onder controle hebt, tot je de rekening ziet. Niemand kon me wakker schudden. Tot ik op een kille, sneeuwende maandag ontslagen werd en met een bananendoos vol vuile kleren de taxi naar huis nam. Toen bad ik. Niet tot God, daarvoor had ik te veel PowerPoint-dia’s van Meneer Kindt gezien. Maar tot iets.
Ik bedankte het universum, het lot, de stapeling toevalligheden die ik geluk noem. En het rare is: het hielp. Niet omdat er iets antwoordde, maar omdat ik voor het eerst in jaren niet meer alleen tegen het plafond aan praatte. “Iets” maakte eenzaamheid draaglijk.
En sindsdien gaat het beter. Alsof ergens tussen de sterren en de statistiek een piepklein toeval met mij begaan was. Ik weet niet wat het is, en dat is precies het punt: ik hoef het niet te weten.
Misschien is dat wel wat me tegenwoordig het meest stoort: dat we blijkbaar overal een antwoord op moeten hebben. We leven in een tijd die geen tussenin meer verdraagt. Binnen tien seconden wordt elk debat herleid tot twee kampen, elke mening moet een team krijgen en wie twijfelt, wordt al snel verdacht van lafheid of onwetendheid. Ben je niet voluit gelovig, dan ben je atheïst. Ben je niet links, dan ben je rechts. Ben je geen liefhebber, dan ben je hoogstwaarschijnlijk een hater.
Maar waarom is “ik weet het niet” eigenlijk zo’n vernederend antwoord geworden?
We lijken te zijn vergeten dat onzekerheid niet hetzelfde is als domheid. Dat je twee tegengestelde ideeën tegelijk kunt begrijpen zonder meteen een vlag in één kamp te planten. Dat je van mening kunt veranderen zonder hypocriet te zijn. Dat sommige vragen misschien simpelweg groter zijn dan het antwoord dat wij er met onze kleine hersenen op proberen te kleven.
Net zoals ik ruimte heb leren laten voor “iets”, voor dat onverklaarbare gevoel dat soms schuilt in een zonsondergang, een gelukkig punt tijdens het padellen of een zeldzaam complimentje van mijn moeder, zouden we misschien ook elders wat comfortabeler mogen worden met niet weten. Het leven weigert zich in één hokje te laten proppen. Het is te grillig voor absolute zekerheden en te kleurrijk voor zwart-wit. Misschien hoeven we niet overal een standpunt over te hebben. Misschien mogen sommige vragen gewoon even onbeantwoord blijven. Soms is “ik weet het niet” gewoon het eerlijkste antwoord dat een mens kan geven.
Meneer Kindt, u had gelijk dat ietsisme een gemakkelijke tussenoplossing is. Wat u vergat te vermelden: tussenin is niet de mislukking van het kiezen. Het is, verdorie, gewoon waar het leven zich afspeelt.